De voorstelling van de basisvorm
Men stelle zich een bol voor met een diameter van enkele kilometers.
Deze bol dient opgebouwd te zijn uit een mistachtige materie
en van een denkbeeldig soort moleculen, maar even fijn van grootte.
Deze bol nu heeft dezelfde dichtheid en doorlaatbaarheid als
de meest dichte witte mist die we kennen bij daglicht op aarde.
Als we ons in het midden van deze bol zouden bevinden,
dan zou de visuele ervaring zo moeten zijn dat we een
netvliesvullend beeld ervaren van de kleur wit,
zoals we ook ervaren in een zeer grote sneeuwvlakte bij fel daglicht.
Deze denkbeeldige bol zou zich moeten bevinden in een geo-stationaire baan
om de aarde op een afstand van 36000 km.
De bol heeft daardoor een vaste positie ten opzichte van de aarde,
omdat ze meedraait in dezelfde snelheid als waarmee de aarde om haar eigen as draait.
Belangrijk verschil met de luchtmoleculen is, dat onze denkbeeldige
bolmoleculen een vaste positie innemen in die bol ten opzichte van de aarde.
Deze positie kan alleen verstoord worden bij doorgang van de bol.
De moleculen dienen dan opzij te gaan om vervolgens weer hun oude positie in te nemen.
De voorstelling van de kleuren
Stel nu dat de massa van deze bol is opgedeeld in 5 hoofdgebieden.
Het bovenste gebied, het noorden, voor de witte kleur.
Het onderste gebied, het zuiden, voor de zwarte kleur.
En rond de evenaar gegroepeerd drie gebieden rood, geel en blauw.
En stel nu dat deze kleuren allen op dezelfde wijze van geleidelijkheid in elkaar
overvloeien, zodat ook de secundaire kleuren ontstaan en de tertiaire
kleuren en alle kleuren die mengbaar zijn met deze primaire kleuren
plus wit en zwart. In het midden van de bol zal zich dan een gelijkmatig
mengsel bevinden van alle vijf de kleuren.
De ervaring
Als men nu deze bol binnentreedt zal de mistachtige substantie een netvliesvullende
ervaring bieden. Als men binnentreedt in de sektor rood zal men het rood visueel
beleven. Als men binnentreedt in het gebied van het wit, zal men de witte
kleur ervaren, en dat zal ook zo zijn met alle andere kleuren.
De plaats van binnenkomst in de bol bepaaldt de kleurervaring vanaf het begin.
De richting waarin men gaat bepaalt de achtereenvolgende kleurenwisselingen.
Deze kleurwisselingen verlopen langzamer of sneller naarmate de snelheid
waarmee de waarnemer zich voortbeweegt.
Introductie tot een Ubistische Kleurruimte voor de electronische ruimte.
Nu deze denkbeeldige voorstelling van zaken begrepen is, kunnen we de stap maken
naar de electronische ruimte of cyberspace.
De denkbeeldige bol programmeren wij in het geheugen van de computer.
En ook nu weer bevindt deze bol zich in de zelfde stabiliteit als die
van de hierboven beschreven bol, hetgeen met de computer natuurlijk
gemakkelijk te simuleren is.
Door in te zoomen kunnen we de bol van een afstand overzien en vanuit
iedere positie benaderen. Eenmaal bij het oppervlak van bijvoorbeeld de
rode sektor, zal het volledige beeldscherm rood doen kleuren.
Wanneer we vervolgens naar het middelpunt van de bol "reizen" zal de
kleur zich langzaam mengen met alle andere kleuren en uiteindelijk zal
het mengsel van alle kleuren zichtbaar zijn.
Als we in het verlengde van de lijn de reis voortzetten naar het oppervlak
aan de andere zijde van de bol, zal de kleur steeds groener worden,
zoals de secundaire kleur van rood groen is. Zodra we het oppervlak
doorsnijden zal het beeldscherm niets meer tonen.
Martin Sjardijn 1991